Ga naar de inhoud

Over lekken, spanning en leren dragen

  • door

De sneeuw viel onverwacht rijkelijk en legde een zachte, dempende laag over alles heen. Geluiden werden ingehouden, beweging vertraagde vanzelf, alsof de wereld zichzelf even tot stilte maande. Blijf maar binnen. Doe maar rustig. Laat maar even.

Het was precies zo’n moment waarop ik van alles wilde doen. Niet buiten, maar binnen — in mijn hoofd. Technische dingen, plannen uitwerken, bouwen aan iets dat focus vraagt en overzicht. En juist daar begon het te wringen. De stroom viel uit. Of eigenlijk: niet helemaal. Hij deed het half, onbetrouwbaar, alsof hij elk moment weer kon wegvallen.

Geen enkel apparaat bleek overbelast, niets wees zich aan als oorzaak. We zochten, schakelden dingen uit, probeerden te begrijpen wat er misging, maar er was niets dat zich liet aanwijzen. En later, zonder verklaring, werkte alles weer. Alsof het probleem nooit had bestaan.

Dat soort storingen zijn lastig. Je kunt ze niet oplossen, niet afronden, niet plaatsen. En misschien is dat precies hun functie.

Wat mij bezighield, was dat dit geen klassiek verhaal van overspanning was. Er was geen overvolle agenda, geen uitputting, geen duidelijke ‘te veel’. Ik was uitgerust, relatief rustig zelfs. En toch voelde ik spanning. Niet grof of luid, maar scherp, bijna pijnlijk. Alsof er ergens een open plek was die alles registreerde, maar nergens kon landen.

Dat herken ik steeds vaker — bij mezelf, en bij de mensen die ik ontmoet in mijn werk. Mensen die niet opgebrand zijn, maar wel voortdurend “aan” staan. Die niet leeg zijn, maar ook zelden echt uit. Gevoelige mensen, afgestemd, open, met een groot waarnemingsvermogen. Vaak is die openheid iets liefdevolls, iets eigens. Een vermogen om te voelen, te luisteren, te verbinden.

Maar openheid zonder bedding wordt kwetsbaar.

Een energielek ontstaat niet altijd door te veel doen, maar door te weinig zakken. Door aandacht die zich steeds verdeelt: een deel bij je werk, een deel bij je kind, een deel bij wat er nog moet. Door aanwezig te zijn op meerdere plekken tegelijk, zonder werkelijk ergens te landen. Het lichaam vangt dat op. Niet met alarm, maar met spanning.

Daar komt bij dat de wereld om ons heen niet zachter lijkt te worden. Integendeel. De toon is zwaar, de beelden dicht, de boodschappen vaak doordrenkt van dreiging. Zelfs oproepen tot voorbereiding of veiligheid dragen een onderstroom van waakzaamheid met zich mee. Niet altijd bewust, niet altijd angstig, maar wel voelbaar. Het zenuwstelsel registreert meer dan het hoofd soms wil toegeven.

Wat ik daarin zie, is een merkwaardige samenloop:
mensen worden gevoeliger, opener, ontvankelijker —
terwijl de werkelijkheid die hen omringt juist zwaarder en dichter aanvoelt.

Dat vraagt iets anders dan aanpassen of volhouden. Het vraagt leren dragen. En dragen is iets anders dan afsluiten. Het betekent niet dat je minder voelt, maar dat wat je voelt een plek krijgt. Dat energie niet blijft hangen in je hoofd of je zenuwstelsel, maar mag zakken, naar beneden, in je lichaam, in je basis.

Aarden is daarin geen techniek, maar een proces. Een leren vertrouwen dat je lichaam dit kan — mits je het niet overslaat. Begrijpen helpt daarbij. Zien waar spanning ontstaat, waar openheid geen bedding heeft, waar je misschien te lang open bent gebleven.

Misschien was dat de boodschap van die onvindbare aardlek. Niet dat er iets kapot was, maar dat er iets open stond. En dat open geen fout is, maar wel zorg vraagt.

Vanuit die beweging zijn de workshops ontstaan die ik dit jaar geef. Niet als antwoord op een probleem, en niet als methode om jezelf te verbeteren, maar als ruimte om te ervaren wat er gebeurt wanneer je vertraagt. Wanneer aandacht niet omhoog schiet, maar naar beneden mag zakken. Wanneer gevoeligheid niet langer een open zenuw is, maar een kwaliteit die gedragen kan worden.

Transformatie zie ik daarbij niet als iets groots of spectaculairs, maar als iets dat zich voltrekt wanneer spanning begrepen mag worden, en wanneer het lichaam weer leert vertrouwen dat het kan dragen wat zich aandient — ook in een wereld die soms zwaar en dicht voelt.

Misschien herken je iets in dit verhaal. Misschien blijft er iets hangen zonder dat je het meteen kunt benoemen. Dat is genoeg. Soms is aandacht al bescherming, en is begrijpen al een vorm van aarden.